Het mooie leventje – Part 1
Bayview YHA Hostel, Albany Centre
We zijn inmiddels alweer langs heel wat mooie plekken gereisd, maar laten we verdergaan waar we de vorige keer zijn geëindigd. Allereerst: de beste wensen voor iedereen thuis — dat het een reislustig jaar mag worden 😉
Onze WWOOF-carrière bij Jesters Flat zit erop. Na drie leuke en actieve weken op de boerderij vonden we het tijd om weer verder te trekken. In die periode hebben we ons overigens ook goed verdiept in de wijnwereld, want Margaret River is dé wijnstreek van Australië. Er worden hier veel wijntours georganiseerd, maar die zijn vrij prijzig. Dus besloten wij onze eigen wijntour te doen en zelf langs verschillende wijnhuizen te gaan.
Dat bleek een groot succes. De eerste stop was Stella Bella, een gezellige ‘cellar door’ met meerdere prijswinnende wijnen. We proefden er een stuk of zes en ze waren allemaal erg goed, zowel rood als wit. Tijdens het proeven raakten we in gesprek met een medewerkster, die benieuwd was naar onze reis en achtergrond. Ze leek er in eerste instantie vanuit te gaan dat wij als backpackers alleen kwamen proeven, maar niets zouden kopen — dat bleek een misvatting. We waren zo enthousiast dat we twee flessen kochten en kregen er zelfs nog een derde fles gratis bij.
Uiteindelijk hebben we zes wijnhuizen bezocht en daaruit onze favorieten gekozen. Voor een goede chardonnay raden we Stella Bella aan. Voor sauvignon blanc of dessertwijnen is Vasse Felix een aanrader. Liefhebbers van rode wijn kunnen terecht bij Leeuwin Estate voor een mooie shiraz. Voor een droge rosé is Brown Hill Estate een goede keuze. En voor port — die hier wel anders smaakt dan we gewend zijn — is The Berry Farm zeker de moeite waard, vooral de vanilleport. Ook de ciders, jam en tapenades daar zijn erg lekker.
Naast de wijnhuizen is Margaret River zelf ook een gezellig dorpje.
Na drie weken bij Jesters Flat besloten we verder te reizen. Onze laatste werkdag was de zondag voor kerst. We waren uitgenodigd door onze huisgenoot Georgia om kerst bij haar familie te vieren — een echte ‘Aussie Christmas’. Dat wilden we natuurlijk niet missen.
Op woensdagochtend vertrokken we naar haar ouders. Wat een plek — een prachtig huis met enorm veel ruimte eromheen. We werden hartelijk ontvangen en het was meteen gezellig. De lunch bestond uit kalkoen, ham, salades en natuurlijk een glas wijn of bier.
Voor het eten moest iedereen eerst een ‘cracker’ open trekken met degene naast je. Daarin zat een papieren kroontje (dat iedereen moest opzetten), een grapje en een klein cadeautje. Best hilarisch om zo met z’n allen aan tafel te zitten.
Als dessert was er een taart met onder andere meringue, mascarpone, room en vers fruit — calorierijk, maar heerlijk. Daarna volgde een spel waarbij iedereen een cadeautje van $10 had meegenomen. Eén van de ‘cadeaus’ was een kapot dansend kuikentje (“the chicken”), dat niemand wilde hebben. Het spel zorgde voor veel gelach en ruilmomenten. Uiteindelijk hield Mike een emmertje met zoete noten over en Evelien een nougatreep — daar waren we best tevreden mee.
De rest van de dag was ontspannen, met veel drankjes. Het avondeten bestond verrassend genoeg uit restjes van de lunch, maar het smaakte prima. Zo eindigde onze eerste echte Australische kerst.
Diezelfde nacht sliepen we voor het eerst in onze auto. Zoals verwacht waren we te laat begonnen met ombouwen, dus stonden we ’s avonds in het donker alles klaar te maken. Een deel van onze spullen moest zelfs buiten blijven staan — niet ideaal, maar het lukte. Tot onze verrassing sliepen we best goed.
De volgende ochtend alles weer ingepakt, ontbeten en genoten van een goede kop koffie (eindelijk geen instant koffie meer). Daarna gingen we weer op pad, richting Hamelin Bay.
Op Boxing Day lagen we zo’n vier uur op het strand — niet bepaald een traditionele kerstbeleving voor ons, maar wel heerlijk. Helaas waren we daarna flink verbrand, ondanks zonnebrand. Vooral Evelien had het zwaar.
We reisden verder naar Augusta, bekend om de Cape Leeuwin Lighthouse. Dit is het meest zuidwestelijke punt van Australië, waar de Indische en Zuidelijke Oceaan samenkomen. Echt een prachtige plek en zeker een aanrader.
Omdat campings daar vrij duur waren (ongeveer $40 per nacht), besloten we illegaal te kamperen bij Skippy Rock. Dat bleek een van de mooiste plekken waar we ooit hebben geslapen. Uitzicht op zee, rotsen en een sterrenhemel — allemaal zichtbaar vanuit ons luchtbed. We moesten ’s ochtends wel vroeg vertrekken om de ranger te vermijden.
Daarna reden we via Dunsborough richting Busselton. De Busselton Jetty is indrukwekkend — bijna 1600 meter lang. Wij hebben hem helemaal gelopen. Aan het einde is niet veel te doen, behalve een onderwaterobservatiepunt, maar het was alsnog bijzonder.
We besloten daarna een tent te kopen. Slapen in de auto was te omslachtig geworden door alle spullen. Met een tent is het een stuk praktischer en comfortabeler.
Onze eerste kampeerplek was in Nannup, een klein dorpje met één straat en geen supermarkt. De camping (Workers Pool) was simpel maar prachtig en rustig. Voor boodschappen moesten we 44 km rijden naar Bridgetown, via de Brockman Highway — een schitterende route door bossen en heuvels.
Na drie dagen trokken we verder richting Manjimup, omdat we een plek zochten om oud en nieuw te vieren. Uiteindelijk kwamen we terecht in Pemberton, in het Warren National Park. Daar vonden we Drafty’s Campground.
De rit ernaartoe over een onverharde weg was spannend, maar ook leuk. Het park staat bekend om de enorme karri-bomen, sommige tot wel 90 meter hoog.
Op oudjaarsdag maakten we een lange wandeling en bezochten we de Dave Evans Bicentennial Tree, een 68 meter hoge boom die je kunt beklimmen via metalen pinnen. We besloten dit op nieuwjaarsdag te doen vanwege de drukte.
’s Avonds gingen we naar de Pemberton Pub. Daar ontmoetten we Lone en John, een bijzonder stel van in de zeventig met een succesvolle cattle farm. Het werd een gezellige avond en we werden zelfs uitgenodigd om later bij hen langs te komen.
Om middernacht was er een indrukwekkend vuurwerk van 15 minuten. Daarna reden we terug naar de camping — gelukkig zonder problemen, ondanks de donkere en modderige weg.
Op nieuwjaarsdag namen we een frisse duik in de rivier — onze eerste nieuwjaarsduik ooit, en dan nog wel in Australië. Daarna beklom Mike de Bicentennial Tree tot de top, terwijl Evelien halverwege stopte. Best spannend, maar het uitzicht was fantastisch.
Een paar dagen later bezochten we John en Lone. Wat begon als een lunch, werd een verblijf van drie dagen. We aten geweldige steaks, gingen naar een veiling, reden mee met trucks en bezochten zelfs een speedway. Het waren bijzondere en luxe dagen met ontzettend gastvrije mensen.
Daarna gingen we weer terug naar het eenvoudige kampeerleven en reisden verder naar Windy Harbour. Deze plek was ons aangeraden door locals en stond niet eens in de Lonely Planet. Salmon Beach was tot nu toe het mooiste strand dat we hebben gezien — indrukwekkend en omringd door rotsen en kliffen.
De camping daar was helaas druk en minder prettig, dus na twee nachten vertrokken we weer op zoek naar rustigere plekken.
End of part 1…