Op pad WWOOF’ing en maak kennis met Bertha!

12 december 2013
Rosa Brook, nabij Margaret River

Het is inmiddels drie weken geleden sinds onze laatste blog. In die tijd hebben we veel beleefd, dus het is zeker weer tijd voor een update. We hadden de afgelopen weken weinig internet, omdat we 5 dollar voor een half uur wifi toch echt te duur vonden. Dat geld besteden we liever aan andere dingen.

Zoals eerder gezegd is er de afgelopen weken veel gebeurd. We hebben Perth verlaten, omdat we na tien dagen wel klaar waren met zowel het hostel als de stad. Ook de zoektocht naar een auto bleek lastiger dan verwacht. Wat is een geschikte, goede en vooral betrouwbare auto voor ons? We hebben avonden lang gezocht, zowel naar auto’s als naar informatie over welke modellen geschikt zouden zijn. Onze belangrijkste eisen: de auto mocht geen backpackersverleden hebben (in verband met mogelijk achterstallig onderhoud) en we moesten erin kunnen slapen. Een hostel kost al snel 75 dollar per nacht voor ons samen, terwijl een campingplek maximaal 30 dollar kost of soms zelfs gratis is. Op die manier verdienen we de auto relatief snel terug.

Na lang zoeken hebben we uiteindelijk een geschikte auto gevonden: een Ford Falcon, die we Bertha hebben genoemd. Met de achterbank plat hebben we een ligruimte van ruim 2 meter, dus genoeg plek om comfortabel te slapen. En nog een leuk detail, vooral voor Mike: de auto heeft een 4.0 V6-motor met flink wat vermogen en een mooi geluid. We rijden op benzine, omdat diesel hier duurder is (ongeveer €1,10 tegenover €1 voor benzine).

Omdat we Perth zat waren, zijn we tijdelijk naar Fremantle gegaan. We moesten nog een paar dagen wachten voordat we ons geld van de bank konden opnemen. Fremantle ligt aan de kust, op ongeveer een half uur met de trein vanaf Perth. De trein kostte ons samen slechts $8,40 — daar kan de NS nog wat van leren.

Het hostel waar we verbleven was een oude brandweerkazerne, gevuld met een vrij alternatieve groep mensen. De sfeer was relaxed, soms misschien iets té relaxed. Opvallend genoeg werd er openlijk gerookt, terwijl dat officieel niet is toegestaan. De biertjes waren gelukkig goedkoop en smaakten ons verrassend goed — ja, ook Evelien drinkt hier gewoon bier!

Vanuit Fremantle hebben we de omgeving verkend en onze roadtrip voorbereid. Na drie dagen konden we onze auto ophalen en kampeerspullen inslaan. We zijn daarna echt op pad gegaan: weg uit de stad en richting het uitgestrekte platteland van Australië. Onze eerste stop was Bunbury. Het stadje zelf was niet bijzonder, maar de kustlijn was prachtig. Zwemmen was daar echter geen goed idee vanwege de rotsen en sterke golven.

Tijdens ons verblijf in Fremantle hebben we ook intensief gezocht naar een WWOOF-plek. We hebben zo’n 15 bedrijven gebeld, maar kregen weinig reactie. Alleen bij Jesters Flat was er een kleine kans. Uiteindelijk, toen we al in Bunbury waren, werden we gebeld door Paul van dat bedrijf: we konden komen werken. Natuurlijk zeiden we ja en spraken we af om de volgende ochtend om 11:00 uur aanwezig te zijn.

Eenmaal aangekomen werden we vriendelijk ontvangen en naar ons verblijf gebracht. Alles zag er prima uit, al hing er wel een muffe geur. Tot onze verrassing hoefden we pas dinsdag te beginnen, terwijl het zondag was. Dat gaf ons onverwacht wat vrije tijd.

Margaret River bleek op slechts 15 minuten rijden te liggen, dus daar zijn we meteen naartoe gegaan. Dit gebied staat bekend als hét wijncentrum van Australië. Overal vind je wijngaarden en er liggen flessen van meer dan $100 in de winkels. Dat belooft wat voor de komende weken.

We bezochten ook een nationaal park, maar dat viel tegen: weinig duidelijke paden en niets bijzonders te zien. De 10 Mile Brook Dam, iets verderop, was leuker, al niet spectaculair. De rit ernaartoe was wel een avontuur: met onze ‘niet-4×4’ over onverharde wegen. Het was hobbelig en glad in de bochten, maar Bertha hield zich goed.

Het werk op de farm is anders dan verwacht. Evelien gaat mee met paardrijtochten met klanten. De omgeving is prachtig, maar de ritten zelf zijn vrij rustig. De meeste mensen hebben geen ervaring, dus er wordt vooral gestapt en heel af en toe gedraafd.

De rest van het werk bestaat uit allerlei klusjes: bladblazen, water geven, schoonmaken, schilderen, zadels verzorgen en paarden opzadelen. Met meer dan 50 paarden is het soms een uitdaging — vooral als je “even een bruin paard” moet pakken.

Op onze vrije donderdag zijn we naar Lake Cave geweest, een prachtige grot met stalagmieten en stalactieten. Daarna zijn we spontaan doorgereden naar Conto Beach. Ondanks dat we niet voorbereid waren (Evelien nog in lange broek), zijn we toch het water ingegaan. Het strand was adembenemend mooi, met helderblauw water. Wel spannend, aangezien er een week eerder een haaienaanval in de buurt was geweest. We bleven dus dicht bij de kust — en gelukkig ging alles goed.

Mike heeft inmiddels ook nieuwe taken gekregen, zoals trekker rijden en zelfs met een vrachtwagen werken. Daarnaast helpt hij met onderhoud en technische klussen op de farm. Evelien houdt zich bezig met de paarden en verzorging van het materiaal.

Onze vrije dagen blijken niet altijd duidelijk afgesproken, wat soms voor verrassingen zorgt. Zo stonden we op een maandag klaar om te werken, terwijl we eigenlijk vrij waren. Dan maar een dag later vrij — ook prima.

Op een van onze vrije dagen zijn we naar Gracetown gegaan. Daar hebben we gezwommen in een rustige baai en genoten van het strand. We hebben ook Mike’s onderwatercamera getest, wat voor leuke momenten zorgde — al leek de camera even moeite te hebben met het zoute water. Gelukkig werkte hij na het drogen weer.

Voor nu blijven we hier nog even werken. We krijgen onderdak en eten, dus het kost ons niets om hier te zijn. Deze regio staat bekend als een van de mooiste van Australië, dus we willen nog veel meer ontdekken.

We oefenen ook met de zweep (“the whip”), wat moeilijker blijkt dan gedacht. Het vereist een perfecte combinatie van techniek en timing om die kenmerkende knal te produceren. Tot nu toe lukt dat nog niet echt — maar we blijven oefenen.

Voorlopig dus nog genoeg te doen hier. Wanneer we verder trekken, weten we nog niet.

Op naar nog veel meer mooie ervaringen!